4 minuten lezen
Dit is de klacht die ik het vaakst hoor: beneden is het binnen een kwartier behaaglijk, en boven blijft het hangen op zeventien graden. De thermostaat gaat een graad omhoog, de woonkamer wordt te warm, en de slaapkamer verandert nauwelijks.
De oorzaak ligt zelden bij de ketel. In de meeste woningen die ik bezoek doet het toestel precies wat het moet doen. Het probleem zit in de verdeling: het verwarmingswater gaat niet naar de plek waar het nodig is.
Water kiest de makkelijkste weg
Een cv-installatie is een rondgaand systeem. De pomp duwt warm water rond en dat water zoekt, net als elektriciteit of lucht, de weg van de minste weerstand.
Een radiator die dicht bij de ketel hangt, met korte leidingen en weinig bochten, heeft weinig weerstand. Een radiator op de tweede verdieping, aan het eind van een lange leiding met een aantal bochten, heeft veel meer weerstand.
Zonder ingreep stroomt er dus te veel water door de dichtbije radiatoren en te weinig door de verre. De eerste worden gloeiend heet, de laatste lauw. En omdat de thermostaat meestal in de woonkamer hangt, schakelt de ketel af zodra het dáár goed is. De slaapkamer krijgt nooit de kans.
Wat waterzijdig inregelen doet
Waterzijdig inregelen is het afstemmen van de doorstroming per radiator of per groep. Elke radiator krijgt een instelling die past bij wat die ruimte nodig heeft, gebaseerd op de grootte van de radiator en de warmtevraag van de ruimte.
In de praktijk betekent dat vaak: de radiatoren dicht bij de ketel worden geknepen. Dat voelt tegenstrijdig, want je maakt iets kleiner dat prima werkt. Maar juist daardoor komt er meer water beschikbaar voor de rest van de woning.
Het resultaat is dat de ruimtes gelijkmatiger opwarmen. En omdat de warmte beter verdeeld raakt, kan de aanvoertemperatuur vaak omlaag en hoeft de ketel minder hard te werken.
Waarom het bij nieuwere woningen juist vaker speelt
Twee ontwikkelingen maken dit probleem groter dan het vroeger was.
De eerste is isolatie. Hoe beter een woning geïsoleerd is, hoe kleiner de warmtevraag en hoe nauwer de marges. Bij een tochtig huis uit de jaren vijftig viel een scheve verdeling weg in het totale verlies. Bij een goed geïsoleerde woning merk je hem meteen.
De tweede is de ketel zelf. Moderne hr-ketels zijn op hun zuinigst bij een lage retourtemperatuur, want dan kan het toestel condenseren. Een scheef ingeregelde installatie stuurt water terug dat nog veel te warm is, en dan haalt de ketel dat rendement niet.
Wat u zelf kunt controleren
Een paar dingen zijn zonder gereedschap vast te stellen.
- Voel aan de radiatoren als de verwarming een tijdje aan staat. Zijn sommige boven én onder gloeiend heet terwijl andere lauw blijven, dan is de verdeling scheef.
- Kijk of de radiatoren handmatige of thermostatische kranen hebben, en of er aan de andere kant een instelbare afsluiter zit. Zonder zo'n afsluiter valt er aan die radiator weinig af te stellen.
- Let op geluid. Ruisen of tikken wijst vaak op te hoge doorstroming of te hoge pompdruk.
Wat u er niet aan afleest, is hoeveel water er werkelijk doorheen gaat. Daar is meten voor nodig, en dat is precies het werk waar ik voor langskom.
Wanneer het niet aan de verdeling ligt
Eerlijk is eerlijk: niet elke koude kamer is een inregelprobleem. Ook een te kleine radiator, lucht in het systeem, een vastgelopen thermostaatknop of een leiding die bij een verbouwing is afgeknepen geeft hetzelfde beeld.
Daarom begin ik niet met inregelen maar met meten. Pas als duidelijk is waar het aan ligt, is te zeggen welke ingreep zin heeft. Dat scheelt u geld aan oplossingen die het probleem niet raken.
